Op zoek naar iets aparts

Wie: Tanja Sterk
Waar: Superlofts, Oosterhamrikkade

Ze was eigenaar van NUL50 Interieur, heeft bij Vos Interieur gewerkt en is een echte interieur-freak, vertelt Tanja (57). ‘Ik ging op zoek naar een pand in de binnenstad waarmee je wat geks kunt doen.’ De keuze viel niet op een oud pand zoals ze gewend was, maar op nieuwbouw: een Superloft.

De voormalige boekbinderij in de binnenstad waar ze met haar ex woonde, verkochten ze met overwaarde. Daarmee ging Tanja op huizenjacht. Ik keek uit naar een loods of een braakliggend terrein, maar daar gaan zoveel kosten in zitten. Toen zag ik de Superlofts in een advertentie. Het loft-concept sprak mij meteen aan. Ook omdat je zelf nog de indeling kunt bepalen. Bij de open dag zag ik dat het een ontwerp is van Marc Koehler Architects. Nou, toen was ik helemaal om.’

Meetpacking District

‘Ik ga er alleen wonen en vind het wel praktisch dat ik niet hoef te verbouwen. De loft is nog ruw en onbewerkt. Het is allemaal beton en staal dat vind ik heel fijn. En het is toekomstbestendig: duurzaam en gasloos. Dat was ook zeker een reden om het te kopen. Ik twijfelde eerst nog over de buurt, maar een bevriende architect enthousiasmeerde mij toen hij vertelde dat de Oosterhamrikkade zoiets wordt als het Meatpacking District in New York.’

Industriële sfeer

‘Ja, voor mij als interieur-liefhebber is de indeling een geweldige uitdaging. Ik heb mijn Loft zo ingedeeld dat zoveel mogelijk zichtlijnen behouden blijven. Door de ruimtelijkheid heb ik ook veel lichtinval. Kabels en lichtaansluitingen werk ik weg in kabelgoten. Ik heb gekozen voor twee naar binnen schuivende ramen. Die ramen kan ik straks helemaal open doen, zodat ik heerlijk kan en genieten van het uitzicht over het water. De muren laat ik zo vrij mogelijk en er komt een hele grote bank. De afwerking laat ik ruw. Het wordt een echt industriële sfeer.’

Nieuwe start

‘Het inrichten van mijn loft, daar verheug ik mij het meest op. Ik ga daar echt de tijd voor nemen. Hoe valt het licht? Hoe is de akoestiek? Op basis daarvan maak ik mijn inrichtingsplan. Ik kijk er ook naar uit om straks mijn eigen ruimte weer te hebben. Met andere bewoners heb ik nu al leuk contact. Ook met mijn directe buren; twee jonge mensen. Er is een bewonerscommissie voor de inrichting van het gezamenlijke dakterras, dat vind ik ook heel leuk; we maken straks samen een nieuwe start.’